Geld, Centen Sovo
Cultuur Gent, Sovoarte
In de rats
Laptop Sovoarte
Mobiliteit
Op Kot
Resto in Gent
Sociaal Juridisch
Sport

Onderhoudsplicht en leefloon

Onderhoudsplicht van de ouders

 
Art. 203 §1, van het Burgerlijk Wetboek: “De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de opvoeding en de opleiding van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind.”
 

  Wat betekent dit?

  • Je hebt het recht om met financiële steun van je ouder(s), in verhouding tot hunfinanciële middelen, een hogere studie aan te vatten mits deze keuze in overeenstemming is met je mogelijkheden en talenten. Indien het de eerste keer niet lukt, krijg je doorgaans nog een tweede kans. Wanneer je studies een abnormale vertraging oplopen, neemt de ouderlijke plicht een einde tenzij de vertraging niet aan jou te wijten is. Je dient je ouder(s) op de hoogte te houden van je studieverloop en hen je resultaten mee te delen. In sommige omstandigheden kan de ouderlijke plicht opnieuw ontstaan indien je blijk geeft van goede wil.
  • Van zodra je één diploma in het hoger onderwijs hebt behaald, heb je normaal gezien voldoende kansen op de arbeidsmarkt. Wil je nog een tweede opleiding volgen dan valt die buiten de onderhoudsplicht van je ouder(s). Toch kan een kortlopende bijkomende opleiding (bvb. een specialisatie van één jaar) jouw kansen op tewerkstelling in belangrijke mate verhogen. Bepaalde rechters rekenen dit nog tot de onderhoudsplicht.
  • Als meerderjarige ben je wettelijk niet meer verplicht om thuis te wonen. Daaruit afleiden dat je ouder(s) altijd de kosten van je kot moet(en) betalen, is fout. Enkel wanneer het afzonderlijk wonen noodzakelijk is omwille van de studies of omwille van familiale redenen, worden de extra woonkosten ten laste gelegd van je ouder(s).
  • Bij het bepalen van de tussenkomst van je ouders in de kosten van je onderhoud en studie, kan rekening worden gehouden met je eigen inkomsten (bvb. inkomsten uit kapitaal of onroerende goederen, beroepsinkomsten door het uitoefenen van studentenjobs).
  • Als je gehuwd of wettelijk samenwonend bent, moet je in de eerste plaats beroep doen op je partner om je kosten te dekken. Als je partner niet of onvoldoende kan tussenkomen, kunnen je ouders door de rechter worden verplicht bij te dragen.
  • Er wordt in de rechtspraak rekening gehouden met de relaties die bestaan tussen ouder(s) en kind. Volgens art. 371 B.W. zijn "het kind en zijn ouders op elke leeftijd aan elkaar respect verschuldigd". Een totaal gebrek aan respect kan de rechter ertoe doen besluiten dat de onderhoudsplicht van je ouder(s) vervalt.

 

  Wat kan je doen bij onenigheid?

Je sociale dienst kan bemiddelen tussen jou en je ouder(s) indien je niet tot een compromis komt.   
Lukt dit niet, dan kan je contact opnemen met het OCMW of kan je een vordering instellen tegen je ouders of tegen één van hen. De bevoegde rechter is de vrederechter van de woonplaats van je ouder(s) of van jouw woonplaats, naar jouw keuze.
 
Indien je slechts één ouder hebt die instaat voor de volledige kosten, kan jij zelf geen vordering instellen tegen je andere ouder. Enkel de ouder die alles betaalt, kan van de andere ouder diens aandeel eisen. 
 

 Meer informatie:

 

Het leefloon

Binnen de wetgeving op het leefloon worden studenten door het OCMW expliciet als doelgroep erkend. Dat betekent niet dat studeren met leefloon een recht is. Het OCMW behoudt hier een grote beslissingsvrijheid. Het betalen van de studies en het levensonderhoud van een student valt in beginsel onder de onderhoudsplicht van de ouders. Daar verandert de leefloonwet niets aan.

Pas als het vangnet van de ouderlijke onderhoudsplicht onvoldoende studiekansen biedt, kan het OCMW aan een student een leefloon uitkeren. Alvorens te beslissen om als student een aanvraag tot leefloon in te dienen, drukken de OCMW’s er op vooraf goed te informeren en niet te wachten tot je tot de vaststelling komt dat je het financieel niet redt.

 Hier vind je een kort overzicht van een aantal bepalingen:

 Het OCMW

Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) heeft tot doel “eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid”. Het is onder andere bevoegd voor het uitvoeren van de wet op de maatschappelijke integratie. In elke Belgische gemeente is er een OCMW actief. Je dient een aanvraag voor hulp in bij het OCMW van de gemeente waar je bent gedomicilieerd. Je kan ook aankloppen bij het OCMW van de gemeente waar je verblijft. Dat OCMW moet dan je aanvraag binnen de vijf dagen doorsturen naar het OCMW van de gemeente waar je in het bevolkingsregister staat ingeschreven. Dit laatste OCMW is en blijft bevoegd tot het einde van je ononderbroken studies, ook indien je domicilieadres tijdens je studies wijzigt. Je situatie wordt onderzocht en binnen één maand moet er een beslissing vallen. Indien je niet akkoord gaat, kan je binnen drie maanden na ontvangst van de betekening in beroep gaan bij de arbeidsrechtbank.
Het sociaal-financieel onderzoek en het recht op maatschappelijke integratie

Iedere student - jonger dan 25 jaar - die door het OCMW op basis van het sociaal-financieel onderzoek behoeftig wordt verklaard, omdat hij over ontoereikende bestaansmiddelen beschikt, heeft recht op een leefloon in het kader van maatschappelijke integratie. Dit houdt in dat het OCMW voor een geschikte tewerkstelling moet zorgen. Die tewerkstelling wordt sterk benadrukt, maar het OCMW kan ook aanvaarden dat je, om je kansen op de arbeidsmarkt te verhogen, voltijds mag studeren. Je sluit dan met het OCMW een ‘geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie’ (GPMI) af. Dat is een schriftelijk contract waarin allerlei afspraken staan waar jij en het OCMW zich aan moeten houden. Zolang de student zich aan deze vastgelegde afspraken in het GPMI houdt, behoudt hij het recht op een leefloon.

Bedrag van het leefloon

Het bedrag is afhankelijk van de categorie waartoe je behoort. Er zijn drie categorieën voorzien:
 (index 1 oktober 2006):

Categorie
Per jaar
Per maand
1. samenwonende persoon
€ 5.155,87
€ 429,66
2. alleenstaande persoon
€ 7.733,81
€ 644,48
3. persoon die samenwoont met een gezin ten laste      
€ 10.311,74
€ 859,31

 
Andere inkomsten, zoals eigen kinderbijslag, loon en persoonlijk onderhoudsgeld, worden van het leefloon afgetrokken.
 

Leefloon en onderhoudsgeld

Het OCMW kan je ouders aanspreken in het kader van de onderhoudsplicht. Je kan vragen (of het OCMW kan er zelf voor opteren) dat het OCMW afziet van terugvordering omwille van billijkheidsredenen.
 

Leefloon en kinderbijslag

Het OCMW eist van jou dat je het recht op kinderbijslag uitput. Het leefloon wordt verminderd met het bedrag van je kinderbijslag.
De kinderbijslag die je ontvangt voor jouw kind, wordt vrijgesteld.
 

Leefloon en studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap

Indien je een studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap ontvangt, zal deze niet van je leefloon worden afgetrokken. Je ontvangt je studietoelage bovenop het leefloon.
 

Bereidheid tot werken

Als je studeert met een leefloon kan er toch van jou worden gevraagd dat je werkt. Dat kan zowel gaan over een vakantiejob als over een job tijdens het academiejaar. Het inkomen uit tewerkstelling zal naargelang het bedrag altijd van je leefloon worden afgetrokken, mits toepassing van onderstaande vrijstellingen.
 (index 1 oktober 2006):

Vrijstelling inkomsten uit arbeid verworven door
Per maand
1. student met studietoelage Vlaamse Gemeenschap
€ 56,95
2. student zonder studietoelage Vlaamse Gemeenschap
€ 204,19

Meer informatie: