Sociale zekerheid
Onder bepaalde voorwaarden kan studentenarbeid enkel onderworpen zijn aan een solidariteitsbijdrage. Dit kan met een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten en bij een maximum van 46 arbeidsdagen (2 x 23 dagen) per kalenderjaar. Let wel: feestdagen en andere dagen met loonbehoud tellen mee als arbeidsdagen. Deze mogelijkheid levert vooral financieel voordeel op voor de werkgever, omdat de loonkost voor hem een stuk minder is dan bij een gewone tewerkstelling.
Tijdens de zomervakantie (juli, augustus en september) bedraagt de solidariteitsbijdrage 2.5% voor de student en 5% voor de werkgever als wordt voldaan aan álle volgende voorwaarden :
- de student werkt met een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten
- de student werkt max. 23 arbeidsdagen bij alle werkgevers samen
- de student werkt niet meer dan 23 arbeidsdagen buiten de zomervakantie en tijdens een periode van niet-verplichte aanwezigheid op school
Tijdens het kalenderjaar (januari t.e.m. juni en oktober t.e.m. december) bedraagt de solidariteitsbijdrage 4.5% voor de student en 8% voor de werkgever als wordt voldaan aan álle volgende voorwaarden :
- de student werkt met een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten
- de student werkt max. 23 arbeidsdagen bij alle werkgevers samen en tijdens een periode van niet-verplichte aanwezigheid op school
- de student werkt niet meer dan 23 arbeidsdagen tijdens de zomervakantie
Om recht te hebben op de solidariteitsbijdrage, moeten beide grenzen in beide periodes gerespecteerd worden. Je mag dus in de zomervakantie niet meer dan 23 dagen werken én in de rest van hetzelfde kalenderjaar ook niet meer dan 23 dagen werken. Vanaf de 24ste arbeidsdag in één periode (het maakt niet uit welke) moeten de werkgever waar je op dat ogenblik tewerkgesteld bent en alle eventuele volgende werkgevers in dat kalenderjaar de gewone RSZ-bijdrage inhouden op je loon.
Naast de specifieke bepalingen voor studentenarbeid bestaan er nog andere regelingen waarbij er geen of minder sociale zekerheid wordt ingehouden: bvb. een beperkte tewerkstelling van sport- en speelpleinmonitoren, seizoenarbeid, occasionele arbeid (maximum 8 uren per week) voor de huishouding van de werkgever zoals babysit of tuinonderhoud, enz.
Kinderbijslag
Om je kinderbijslag te behouden speelt het geen rol hoeveel je verdient of met welk soort overeenkomst je werkt. Enkel het aantal uren dat je werkt is van belang.
Tijdens het academiejaar (het eerste, tweede en vierde kwartaal) geldt de 240-urenregel: voor het kwartaal waarin je meer dan 240 uur werkt, verlies je de kinderbijslag. Het gaat hier over àlle betaalde uren (ook feestdagen dus). Opgelet! Indien je de kinderbijslag verliest voor het 2de kwartaal, ben je ook de kinderbijslag kwijt voor het 3de kwartaal.
Tijdens de zomervakantie (derde kwartaal nl. juli, augustus en september) zijn er geen beperkingen op het aantal uren dat je werkt, met uitzondering van je laatste zomervakantie (afstudeerjaar) want dan geldt de 240-urenregel.
Het aantal uren die de student uitbetaald krijgt wordt gecontroleerd via de RSZ-aangifte door de werkgever.
Belastingen
Belastingsvermindering voor de ouders
Het loon dat de jobstudent verdient, kan gevolgen hebben voor de belastingen van de student zelf en die van de ouders. Ouders krijgen een belastingvermindering voor kinderen die fiscaal ten laste zijn. Voor het inkomstenjaar 2008 ben je fiscaal ten laste van je ouders indien je op 1 januari 2009 bij hen bent gedomicilieerd en je nettobestaansmiddelen* in 2008 lager zijn dan € 2.660,00. Voor éénoudergezinnen wordt dit bedrag opgetrokken tot € 3.840,00.
Indien je nettobestaansmiddelen* hoger zijn, zullen je ouders de belastingvermindering verliezen:
|
Evolutie aantal kinderen ten laste
|
Gehuwde / wettelijk samenwonende ouder
|
Alleenstaande
|
|
Van 1 naar 0
|
€ 327,50
|
€ 715,50
|
|
Van 2 naar 1
|
€ 613,00
|
€ 625,00
|
|
Van 3 naar 2
|
€ 1.544,00
|
€ 1.668,00
|
|
Van 4 naar 3
|
€ 1.885,50
|
€ 1.951,00
|
|
Van 5 naar 4
|
€ 2.097,00
|
€ 2.097,00
|
|
En volgende
|
€ 2.097,00
|
€ 2.097,00
|
De vermindering voor kinderen ten laste wordt in de personenbelasting toegekend door de belastingvrije som op te trekken met een bedrag dat varieert volgens het aantal kinderen ten laste.
Ouders met een laag belastbaar inkomen kunnen soms die verhoogde belastingvrije som niet volledig benutten omdat hun inkomen te laag is. Als de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste niet volledig kan benut worden, zal een terugbetaalbaar belastingkrediet van € 380,00/kind worden verleend.
*Je netto bestaansmiddelen bereken je als volgt:
Zelf belastingplichtig
Zelf moet je pas belastingen betalen op je inkomsten van 2008 vanaf een nettobelastbaar jaarinkomen (inclusief vakantiejob) van € 6.150,00.
Let wel: alimentatiegelden worden voor 80% meegerekend.
Je betaalt belastingen op het gedeelte boven dit bedrag.
Indien er bedrijfsvoorheffing werd ingehouden en het jaarinkomen blijft lager dan
€ 6.150,00 nettobelastbaar, zal deze bedrijfsvoorheffing na controle van de belastingdiensten volledig aan jou worden terugbetaald.
Ook wanneer je geen belastingen moet betalen, moet je een belastingformulier invullen om je vooraf betaalde bedrijfsvoorheffing (zie rubriek loon) terug te krijgen.
Je werkgever is verplicht je een fiscale aangiftefiche (fiche 218.10) te bezorgen









